Onze reis door Zuid- Oost Azië.
Ingediend op woensdag 24 oktober 2012 om 14:22 uur door Henk Otter
vrijdag 12 oktober.

Vandaag zijn we vroeg vertrokken naar de grens van Thailand en Laos. We passeren de grens met een oversteek over de Mekong, bij de plaats Huay Xau, daar hebben we in een primitief winkeltje koffie gedronken en broodjes gekocht.

Vandaag en morgen zitten we op een boot die ons naar Luang Prabang brengt, een tocht met oerwoud en gebergte en soms huisjes. We hadden er meer van verwacht met een woestere natuur, misschien komt het ook wel dat we veertien uur op de boot zaten en het na een halve dag veel van hetzelfde wordt.

's Middags werd het bewolkt en opeens was er een tropische bui, snel werd de zijkant met zeil dicht gerold, het was niet echt waterdicht en het dak ook niet. Doetie werd nat, maar ach, het is warm en je bent zo weer droog, net toen alles achter de rug was en de zeilen opgerold, kregen we een tweede bui, daarna werd het droog en zonnig.

Om half vijf waren we in Pakbeng waar we overnachtten in een gammel hotelletje. Wat meteen duidelijk werd, is dat Laos nog onontwikkeld is. Het is een van de armste landen van de wereld en dat merk je aan veel dingen.

Het lijkt meer op Zambia en Malawi dan op Thailand, slechte wegen, mensen wonen in kleine bamboehutjes en het ziet er niet florissant uit, maar ze hebben genoeg rijst en fruit is er in overvloed. De meeste plaatsen zijn selfsupporting, dus verbouwen ze genoeg om van te leven. Overigens wordt rijst vooral geëxporteerd.

Direct werden we geconfronteerd door brutale jochies die er alles voor over hebben om geld te krijgen. Doetie werd letterlijk overrompeld door die gasten en namen de koffer en tassen van haar over om Om 500 meter verder, waar het hotel was, 300 bath (7.50 euro) op te eisen. Daar gingen we dus niet mee akkoord. We noemden een bedrag en dat wilden ze niet, dus zei Doetie 'All or nothing', het werd dus niets voor hen.

Tegenover het hotel hebben we heerlijk Indiaas gegeten, waarna we op de veranda van het hotel kennismaakten met een Belgisch stel - Evi en Ivo - die een stukje de zelfde reisroute nemen als wij.

De volgende dag werd het landschap mooier, spectaculairder, mooi karstgebergte en de rivier is breder met in de rivier soms grote rotsen.

Olifanten hebben we niet gezien trouwens, we hebben weinig dieren onderweg gezien. Om halfvijf waren we in Luang Prabang, waar we bij de boot werden opgewacht door een gids/chauffeur.
's Avonds hebben we in het Pilgrimscafe bij het hotel lekker gezeten, hier hebben we internet en nu de laptop het weer goed doet, meteen maar beginnen te werken aan mijn website.

Zondag was het erg warm 's, morgens zijn we eerst met Evi en Ivo naar de berg Phou Si gelopen, daar staat een tempel bovenop met een stoepa. Boven na veel treden, heb je een mooi uitzicht over de stad.

En natuurlijk was hier ook een Boeddha en zelfs een voetafdruk, maar dat neem ik maar voor een korreltje zout, het was een voetafdruk van een heel grote reus.
Daarna hebben we langs de rivier de Khan gewandeld tot Wat Xieng Thong, een heel andere tempel dan de Thaise.

Muurbeschildering veel feller en sjablooms. Deze Wat wordt als belangrijkste symbool van het religieuze erfgoed beschouwd. Aan de Mekong hebben we op een terras wat gedronken en kwamen we Evi en Ivo ook weer tegen. Even onze ervaringen gedeeld en toen naar de markt waar we lekkere broodjes hebben gekocht.

De volgende dag was het hotel vol met Japanners; in de eetzaal was geen brood voor ons; de bedienden zeiden dat we rijst konden nemen. Ik zag de manager en vroeg of er nog brood kwam, hij stuurde meteen iemand weg om broodjes voor ons te halen. Met ons vieren - Ivo en Evi waren ook net in de eetzaal - kregen we een heerlijk belegd broodje.

Volgens de manager is dat nu het grote probleem van Laos, mensen nemen geen initiatieven. Dat heeft te maken met het communisme. Toen werden de mensen niet aangemoedigd zelf iets te ondernemen. Nu is het nog steeds een communistisch land, maar vrij ondernemen wordt aangemoedigd.

Echter vele grote bedrijven en hotels zijn in handen van de staat. Misschien maar goed ook wat de hotels betreft, bijna geen klanten maar wel heel veel hotels en veel personeel. Het toerisme wordt nu wel bevorderd. Er zijn grootse plannen; volgens mij zal het toerisme pas echt komen als de mobiliteit ook wordt verbeterd. De slechte wegen en het vervoer zijn de grootste obstakels.

De volgende dag hebben we nog twee in de buurt liggende tempels bezocht: Wat Visonarat en Wat Aham. Bij de laatste staan prachtige grote banyanbomen, waarin de geesten van de beschermgoden Phu Noe en Na Noe zouden huizen. Ook hebben we deze dag het Nationale Museum bezocht. Dit was de vroegere residentie van koning Sisavang.
Ook hier moesten de schoenen uit en kreeg ik een prachtige blouse aan, omdat mijn schouders niet waren bedekt. Het museum was gedeeltelijk ingericht met de persoonlijke spullen van de koning en zijn vrouw en enkele kamers waren ook ingericht als of ze er net uit waren gezet.
En veel geschenken in vitrines van bevriende naties. Er was een mooi park bij het museum waar we even gezeten hebben in de schaduw.

Bij de avondmarkt hebben we proberen te pinnen maar dat lukte niet waarna we maar met de creditkaart en wat dollars hebben gebruikt. Bij de avondmarkt zijn vele restaurants bij een ervan hebben we lekker gegeten en zijn toen over de markt gelopen waar ik nog een bloes heb gekocht. 's Avonds om zes uur is het donker en overal werden de lichtjes op de markt aan gedaan. De mensen hebben een stuk zeil op de straat en een tent er boven de straat staat mutje vol drie rijen dik met kraampjes.

Dinsdag, 16 oktober.

We maken een lange reis door de bergen, een prachtige natuur, bossen en veel karstgebergte; steeds maar weer van de ene bergrug naar de andere. We zijn met een minibus vol met Laotianen vlak na negenen vertrokken. De chauffeur had er zin in; Soms met piepende banden door de bocht. Om half twaalf was er een stop; iedereen ging warm eten; de chauffeur voorop. Het was ons veelste vroeg om warm te eten. We hebben een broodje gegeten en toen hadden wij genoeg. Na enen vertrokken we voor het tweede deel naar Phonsavan, de weg werd er niet beter op maar tegen half vijf waren we er. Het hotel was leuk en knus, we konden er eten en 's morgens ontbijten.

Woensdag zijn we de vlakte der kruiken gaan bekijken, zo ongeveer 3000 jaar geleden in de tijd dat bij ons de hunebedden ontstonden zijn in Laos de kruiken er gekomen. Niemand weet waarom, maar ze denken door onderzoek dat net als bij de hunebedden, de kruiken te maken hebben met de doden. Er zijn namelijk beenderen, sieraden en kledingstukken gevonden in en bij de vindplaatsen.

In de Vietnamoorlog zijn er veel kruiken beschadigd door de bombardementen. Er zijn zes velden die je kunt bezoeken we hebben er drie bezocht, de kruiken verschillen van grootte en vorm: soms rond, soms ovaal, grote en kleine, soms lijkt het erop of het een familie is. Twee grote en een paar kleine bij elkaar. Op één van de vazen zie je een afbeelding van een mens.
Kijk maar eens op de foto's, dan zie je de verschillen duidelijk en soms zijn er deksels bij.

's Middags zijn we vertrokken naar Vang Vieng en ging de reis weer door de bergen en slechte wegen met een chauffeur die maar niet op wou schieten; tegen de tijd dat het donker werd begon hij harder te rijden na een aantal stops die middag. De weg werd steeds slechter, stukken onverhard en met veel kuilen. Tegen half zeven waren we in het stadje, waar het prachtig is te vertoeven. Wij hebben er nauwelijks van kunnen genieten, want de volgende dag gingen we al naar Vientiane. Jammer in deze plaats was er heel wat te sporten op het water, op de fiets, enz.