Onze reis door Zuid- Oost Azië.
Ingediend op maandag 19 november 2012 om 16:45 uur door Henk Otter
woensdag 7-11-2012

Hoi An

Deze morgen konden we uitslapen, om half tien werden we opgehaald, en gingen we naar het vliegveld van Saigon.
Onderweg naar het vliegveld was er een file van duizenden scooters en motoren, met daar tussen wat auto's, het waren net mieren die overal tussen doorkropen.
We vlogen naar Danang, om vervolgens door te rijden naar Hoi An. De chauffeur die ons oppikte, reed vanuit Danang heel rustig naar Hoi An, en vertelde ons daarbij enige interessante aspecten over Danang. Om twee uur waren we in ons hotel, we hebben een appartement dat je via verschillende paden kon bereiken. Elk uur gaat er een pendelbusje naar de stad, dat is erg handig en voordelig natuurlijk.
We zijn meteen gegaan en het centrum verkend, leuke smalle straatjes, met veel winkeltjes, natuurlijk weer veel kleermakers en souvenierwinkels. Maar ook veel restaurants bij het water, dat naar de zee even verderop stroomt. Naast ons hotel zit een restaurant met een leuk overdekt terras, daar zijn we maar gaan eten.

De volgende morgen bij het ontbijt was er kaas, dat is lang geleden zeg, deze kaas kochten we in Afrika ook, per stuk verpakt, dat je handig kunt los maken.
Hoi An is in 1999 op het werelderfgoed van Unesco geplaatst. Het oude centrum heeft eeuwenlang een belangrijke rol gehad in de zeehandel. Dat zelfs teruggaat naar de tweede eeuw voor Christus, toen volken van de Sa Huynn cultuur ruilhandel dreven met China en India. Waarna in de 16e eeuw ook Japanse, Chinese en Europese schepen hier kwamen.
Eind 18e eeuw slipte de rivier Thu Ban dicht en waren de dagen als haven geteld.
Wel zijn er een aantal mooie gebouwen overgebleven uit die welvarende tijd, zoals de Japanse brug, een kleine overdekte boogbrug, met in het midden hangend over de rivier, een tempeltje.Volgens de legende was er een rusteloos monster, die zijn kop in India, zijn staart in Japan, en zijn hart in Hoi An had.
Naast de vele winkels zijn hier tempels, Chinese gemeenschapshuizen en koopmanshuizen. We moesten eerst tickets kopen en daar staan vijf bezienswaardigheden op, je moest kiezen welke vijf van de tien je wou gaan bezichtigen.
Wij hebben gemeenschapshuizen bezocht, die er heel mooi uitzagen, ook hier altaren, maar ook een zaal, waar ze samen komen en mooie vazen en schilderijen die fel gekleurd zijn. De tempels zien er heel anders uit dan in de andere landen die we bezochten, ze staan in de breedte, hebben daken met meerdere verdiepingen en de rode en gouden kleur is ook feller ( meer Chinees).
Het koopmanshuis dat we bezochten is typisch een stijl van Hoi An met Chinese, Japanse en Vietnamese invloeden. Een jonge vrouw gaf ons uitleg over de vele generaties die hier woonden en ze vertelde dat elk jaar alle meubelen naar boven moeten, want bijna elk jaar is er een overstroming, in november als de moessonregen flink te keer gaat en het grote meer in Cambodja, overtallig water loost.
Tegen vier uur zijn we lekker gaan zwemmen, in het prachtige zwembad van ons hotel. Fris je weer helemaal van op.
's Avonds in het stadje gegeten aan de haven met een prachtig uitzicht op de overkant, daar maken ambachtslieden zelf lampions en zijn vele gevels en kraampjes bedekt met brandende lampions, ook de brug ernaar toe is versierd met lampions, ook is er een night market, altijd gezellig om vele locale mensen te zien, die proberen hun handel aan de toeristen te slijten.
Vrijdag zijn we via een boekingskantoor naar My Son gegaan, het gammele busje met een gids kwam ons halen, die was naar een kwartier rijden al stuk. En daar stonden we dan in de hete zon te wachten op een andere bus. Zoals altijd five minutes waiting, maar ja, daar heb je niets aan, gewoon wachten, tot er na een dik kwartier een bus aan komt. Een echte bus nu, maar wel een die heel lang geleden is gemaakt.
Dus zaten we achterin de volle bus, die ook al langzaam reed, op weg naar My Son. Er werd ook nog een plaspauze ingelast bij een verkoophuis, met als doel kopen, kopen, kopen, er zijn twee partijen die hieraan verdienen, de handelaar en de chauffeur. En dat geldt eigenlijk voor alle ritten die je maakt. Maar goed, om tien uur waren we er, onze gids: "yellow group, very important". Wist er heel wat van, maar herhaalde wel erg veel, niet erg, als er genoeg schaduw is, maar ja, die was er niet.
My Son is gebouwd tussen de  7de en 13de eeuw, ouder dan de Angkor Wat en toch is het de zelfde stijl, alleen is het geen zandsteen, maar gemalen steen met mortel, hars en schelpdieren, zonder cement liggen de stenen stevig op elkaar. Deze tempels zijn dus in de hindoetijd gebouwd om de goden Vishnu, Shiva en Brahma te aanbidden, het Chamvolk dat hier toen woonde, was machtig en rijk, in de 19de eeuw hebben de Fransen de ruļnes gevonden en waren toen nog behoorlijk intact.
Maar door de Amerikaanse bommen in de Vietnamoorlog is er veel vernietigd. Nu zijn ze het aan het restaureren, dankzij dat My Son in 1998 op het werelderfgoed van de Unesco is gekomen. Vooral de universiteit van Tokio heeft een belangrijke taak volbracht om het oorspronkelijke complex weer in kaart te hebben gebracht.
Er staan nu oorspronkelijke tempels en torens, maar ook gerestaureerde ruļnes en een tablet in het Sanskriet, als ook de veelarmige Shiva en Garuda, het rijdier van Shiva.
Op de terugreis was het zo warm in de bus dat velen in slaap vielen, in het centrum van Hoi An zijn we uitgestapt, om wat te gaan eten. In het oude centrum ontdekten we de Hallen, net als in Parijs een markt met groente, vlees, vis, eetkraampjes waar je voor een euro kunt eten, maar ook noten en kleding zijn daar in overvloed.
' s Avonds zijn we uit eten geweest en vonden een leuk restaurant aan het water, daar zagen nog een bruidspaar in een bootje, met overal lichtjes in het water.Ook zijn we naar de night market geweest en even door het stadje gelopen met zijn vele kleermakers en winkeltjes.

Zaterdag 10 november

Hue

Vanmorgen zijn we om negen uur opgehaald door onze chauffeur, om de 130 kilometer te overbruggen naar Hue. Hij vertelde ons dat de rit vier uur zal duren, dat leek ons wel erg lang. Maar goed, je mag nergens harder dan tachtig en het is bergachtig. Maar de chauffeur reed wel erg langzaam, later bleek dat hij een vriend oppikte die in Danang was. En waar we ook nog eens twintig minuten op zaten te wachten. Gelukkig was die vriend iemand die het Engels goed beheerste en ons van alles onderweg vertelde wat er te zien was. In het bergachtige gebied waren er veel haarspeldbochten en kwamen we bij baaien en laguna's langs, waar we mooie foto's maakten, de bergen liggen aan de zee, een prachtig stukje natuur.
Hier is Vietnam op zijn smalst, de bergen zijn de uitlopers van het Truong Son gebergte. Op het hoogste gedeelte, op de pas Hai Van zijn we uitgestapt om gebruik te maken van de rest room en om foto's te maken van het Franse Fort dat daar staat, er staan ook een bunker en verdedigingswerken, een bruidspaar liet daar een fotosessie maken. We zijn doorgelopen naar een top en hadden een geweldig uitzicht.
De vriend vroeg later of we de volgende dag gebruik wilden maken van de chauffeur om uitstapjes in Hue te maken. Ze vroegen $ 25, maar je moet hier overal afdingen en ze gingen akkoord met $ 20.
Tegen half een zijn we gaan eten, bij een local restaurant, maar we hadden niet zoveel honger, dus bestelden we maaltijdsoep, mie met garnalen en groente, we kregen een hele grote kom vol.
De eigenaar was niet zo blij dat we niet meer bestelden en keek boos bij het afrekenen, blijkbaar heeft hij de chauffeur geld beloofd voor klanten en heeft hij niet veel aan ons verdiend.
Een kwartier later waren we al in ons hotel, dus zo local was het restaurant ook weer niet, wat ons al opviel toen we daar binnen kwamen.
We zijn daarna direct de stad in gegaan om broodjes voor de avond te kopen. We hadden in het hotel gevraagd waar we die konden kopen, maar zoals zo vaak werden we de verkeerde kant opgestuurd. Niet expres, maar omdat er maar weinigen zijn die de Engelse taal machtig zijn, begrijpen ze ons dan niet goed en daardoor sturen ze ons naar iets wat we niet bedoelen. Maar daardoor vonden we de laundry wel snel, dat was wel weer leuk. Na wat omzwervingen kwamen we bij een kraampje waar ze baguettes verkochten. Daarna zijn we op een hoek lekker even op een terras gaan zitten om wat te drinken en naar het verkeer kijken dat aan je voorbij komt. Scooters zwaar beladen met goederen of mensen en alles wat wandelend langs komt, altijd leuk om dat te zien.

zondag 11 november

Vanmorgen werden we gebeld dat de gids in een file is terecht gekomen en niet kwam, we hebben bij de receptie gevraagd wat voor alternatief er was.
Daar hebben we besloten om 's morgens met een particuliere chauffeur naar de tombes te gaan en 's middags met een groep naar de citadel en pagode te gaan.
De chauffeur bracht ons eerst naar de tombe Tu Duc. Dit was een keizer die romantische gedichten schreef en meer dan honderd vrouwen had. Dus trok hij zich vaak terug in de lyrische lusthoven, hij was een zwak leider, je kunt tenslotte ook niet alles. Dit ommuurde park is 12 ha groot en in drie jaar gebouwd (1864-1867). Je komt door de Khien-Cung Poort, waarna de tempel van de keizer verschijnt, daarnaast is het koninklijke theater waar net de keizer en keizerin plaats namen, aan de andere kant was het verblijf van zijn concubine, een vrij eenvoudig verblijf.
Tenslotte zagen we nog een paar eenvoudige tombes. Maar die van de keizer was een schitterend mausoleum. 20 ton zwaar en hij schreef in 4000 tekens zijn eigen grafrede.
Daarna zijn we naar een totaal andere tombe gegaan. De Khai Dinh tombe is gemaakt met veel Franse invloeden. Gebouwd door de laatste Nguyen keizer Khai Dinh tussen 1920-1931. We moesten eerst een enorme trap op versierd door grote draken, na vele treden kwam je bij het erehof, met aan beide kanten een erewacht van mandarijnen. Na een beklimming van nog vier terrassen kwamen we bij de hoofdtempel met allerlei zalen.
Vooraan stond zijn tombe, prachtig versierd met twee schildpadden met daarop Phoenixvogels.

' s Middags zijn we met een groep naar de citadel gegaan, met de verboden stad in het centrum. Het is een groot complex met een muur eromheen van 10 km. Toen we aan kwamen begon het net te regenen en niet zo'n beetje ook. De bouw van het complex is in 1805 begonnen in opdracht van Keizer Gia Long en de daar opvolgende dertig jaar door tienduizenden bouwvakkers gebouwd. Er stonden meer dan driehonderd paleizen, tempels, tombes en koninklijke gebouwen.
In 1968 is een groot deel vernietigd door bombardementen van de Amerikanen. Nu wordt alles opnieuw opgebouwd door Unesco, Vietnam met geldelijke steun uit andere landen. De Verboden Purperen Stad ligt achter de Citadel, deze was bestemd voor woonpaleizen, verblijven voor de hofartsen, de keizer en zijn vrouw en de concubines als ook de keukens en paviljoens voor vermaak. In 1947 was al een deel door brand verwoest. Na dit alles bezien te hebben werd het droog en gingen we vol goede moed naar de Mu Pagode, een oude Chamtempel gebouwd in 1601. Eigenlijk is het een zeven verdiepingen hoge, achthoekige stoepa. Elke verdieping stelt een van de Boeddha's in reincarnaties voor op de aarde. Als verrassing voor ons gingen we met de boot, over de Parfumrivier terug naar de oude Franse brug ,vlak bij ons hotel.

Maandag 12 november

Vanmorgen rustig aan gedaan, pas om negen uur zijn we gaan ontbijten, het personeel was erg verbaasd dat we zo laat waren, er was ook haast geen brood, dus bestelden we baguette.
Vaak zijn er meisjes van het hotel die even komen praten, dan willen ze weten waar we vandaan komen en of we kinderen hebben enz. Ook nu was een bediende benieuwd, op het laatst vroeg ze of ze goed Engels sprak.
We zijn even in de buurt van het hotel gaan winkelen, om elf uur zijn we op een terras gaan zitten koffiedrinken, Doetie neemt meestal koffie met melk, ik neem vaak black Vietnamese koffie, die is wat sterker dan Nederlandse koffie met een heerlijke mokka smaak. Zelf drinken de mensen koude koffie met ijsklontjes in een glas. Daarna zijn we op zoek gegaan naar broodjes, ze zijn lang niet overal te koop, vaak bij een kraampje. Nu dus ook na enige tijd aan het zoeken te zijn geweest. Want twee keer per dag een warme maaltijd is toch te veel.
Om twee uur moesten we uitchecken, die avond gingen we met de nachttrein naar Hanoi.
De rit van 800 km duurde 13 uur, in een oude trein over een gammel spoor. Van slapen kwam door het gehobbel niet veel terecht, toch zijn we al vroeg naar bed gegaan, onze cabine hadden we voor ons zelf, dus geen pottenkijkers, voor in de trein is de restauratie. We moesten dus door de hele trein heen, een hele ervaring, na onze cabines kwamen minder goede cabines, daarna de zitplaatsen van de tweede klasse, daarna de zitplaatsen van de derde klasse en daarna houten banken.
Overal lagen mensen te slapen op de banken en op matjes naast de banken, wel een beetje triest omdat te zien, en dan is dertien uur met de trein echt afzien.