Onze reis naar Zuid-Amerika.
Ingediend op donderdag 16 april 2015 om 17:45 uur door Henk Otter
Brazilië.

Olinda en Salvador,
Zaterdag 4 april vlogen we van Lima naar Sao Paulo een vlucht van zes uur. In Sao Paulo moesten we drie en een halfuur wachten. En vlogen daarna door naar Recife. Om kwart over elf waren we in een hostel,wat een dag. De gastvrouw was aardig. Maar het besproken hostel vreselijk, gelukkig voor een nacht. Het matras was zo zacht als boter. En de ventilator maakte veel lawaai.

De volgende morgen gingen we met een taxi naar Olinda, 25 km verder. De hostel ligt aan een zandpad met een hoge muur erom heen. Wel met een zwembad, dat is wel lekker, want het is hier tropisch. Op de kamer was gelukkig een goede ventilator, zodat je 's nachts niet lag te zweten. Zondag maar meteen de plaats verkennen, een leuk stadje aan zee. Wel enigszins vergane glorie maar ook met leuke kleine straatjes die soms stijl omhoog of omlaag lopen. Olinda is in het verleden een Nederlandse kolonie geweest, dat zie je aan de stijl van de huizen en de dakpannen. Net als in Recife zijn door de kolonialisten kerken in brand gestoken. Nu zijn alleen de huizen en bruggen die aan dit tijdperk herinneren. De Portugezen hebben de kerken herbouwd en veel koloniale gebouwen voor de Portugese overheid daar gebouwd. In Brazilie hebben veel mensen banen die bij ons niet bestaan zoals bewaker bij banken, inpakkers bij winkels achter de kassa's, extra mensen in bussen enz.

Olinda is een leuk stadje, wel is er veel troep op straat terwijl er wel straatvegers zijn. De Brazilianen zijn vriendelijk, maar ons Portugees is niet zo goed, en als zij het Engels niet machtig zijn wordt het moeilijk om goed met hen te praten. Overal hoor je muziek. Ze zijn luidruchtiger dan de bevolking in de andere landen. Je kunt het ook meer passie noemen dat komt er dichterbij. Woensdag zouden we met de bus naar Salvador gaan. Onze gastvrouw zou voor kaartjes zorgen.500km verder, over slechte wegen. Maar onze gastvrouw was er bijna nooit. En dinsdagavond toen ze thuis kwam had ze nog geen kaartjes. Daar baalden we wel van. We hadden veel contact met een Zweedse jongen die een date had met een meisje uit Recife. Op dinsdagavond zijn we op internet gaan kijken en kwamen tot de conclusies dat we beter konden vliegen dan 's nachts met de bus te reizen. De volgende ochtend zijn we naar het vliegveld gegaan en kaartjes gekocht. Om 9:50 uur vertrokken we en waren we al vroeg in Salvador.

Salvador is een sfeervolle stad aan de Atlantische Oceaan. We zitten op de zevende verdieping in ons hotel. Met een mooi uitzicht over de stad en zee. De eigenaar van het hotel was meteen enthousiast toen hij hoorde dat we uit Hollanda kwamen. Vorig jaar zat zijn hotel vol Nederlanders tijdens het WK voetbal. Het hele hotel was oranje zei hij. Nu nog zie je veel oranje in de stad. Maandag was een dag van veel tropische buien, wolkbreuken maar dan wel een uur lang. De straten stonden blank en wij waren net op zoek naar een fles wijn. Supermercado’s (supermarkten) zijn er bijna niet, we hebben er een gevonden maar we waren wel kletsnat. De stad is op heuvels gebouwd en heeft veel kerken en plaza's. De politie is actief aanwezig, daarom is het ook veilig in de stad. In heel Zuid-Amerika is véél politie, maar doet weinig, hier is het wel effectief. Het eten is hier óók beter, maar de wijn heeft geen kwaliteit, erg zoet, zoiets als Griekse wijn ook kan zijn. In deze stad helpen mensen elkaar. Als een vriend even geen geld heeft wordt hij uitgenodigd om bij de ander te komen eten en drinken, dat gebeurt ook andersom natuurlijk, en dat herken ik weer in verhalen van mijn broer die in Spanje woont, daar doen de mensen hetzelfde.

Wij hebben twee stadswandelingen gemaakt. En zijn met de lift naar de benedenstad geweest. De lift is erg groot zie maar op de foto een grote schacht waarin vier liften zitten, in elke lift kunnen ongeveer 25 mensen die razend snel naar beneden en boven gaan. Elke lift heeft een liftbediende en iemand die de mensen telt die er in mogen, verder staan boven en beneden minstens vijf politieagenten. Downtown is de winkelwijk en de mercado (overdekte markt) staat er ook. De stadswandeling ging door het historisch centrum, dat was makkelijk daar is ons hotel, veel oude gebouwen en kerken, de Franciscuskerk bevat 1800 kilo goud. Waarschijnlijk opgebracht door de arme bevolking destijds. De tweede wandeling ging naar het noorden van de stad, veel parken en moderne gebouwen hier wonen de rijkere mensen. Met de hotelier hebben we veel gepraat, het klikte meteen goed, en dat gebeurt natuurlijk vaker. Zo kom je veel te weten over hun leven. Met Brazilië gaat het in algemene zin goed. De stedelijke bevolking redden zich goed. De bevolking buiten de steden hebben nog weinig welvaart, wonen in kleine huisjes of krotten en werken vaak als boeren of landarbeider. Welvaart heeft alleen de elite en de corrupte politici.